Wanneer in deze verordening naar een rechtsgrond of een wetgevingsmaatregel wordt verwezen, vereist dit niet noodzakelijkerwijs dat een door een parlement vastgestelde wetgevingshandeling nodig is, onverminderd de vereisten overeenkomstig de grondwettelijke orde van de lidstaat in kwestie. Deze rechtsgrond of wetgevingsmaatregel moet evenwel duidelijk en nauwkeurig zijn, en de toepassing daarvan moet voorspelbaar zijn voor degenen op wie deze van toepassing is, zoals vereist door de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie („Hof van Justitie”) en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
* Dit is geen officiële beschrijving/titel van de overweging hier.
Waarom is overweging 41 belangrijk voor GDPR-naleving?
Overweging 41 verduidelijkt dat wanneer de GDPR verwijst naar een rechtsgrond of wetgevende maatregel, dit niet altijd een formele wet vereist die door een parlement is aangenomen. Een dergelijke rechtsgrond moet echter duidelijk, nauwkeurig en voorspelbaar zijn in de toepassing ervan. Dit zorgt ervoor dat personen begrijpen hoe hun gegevens worden verwerkt en dat verwerkingsactiviteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met de rechtsstaat.